Column: Het Nationaal Klimaatakkoord

Adriaan Korthuis
17 juli 2019

En toen … was er een nationaal klimaatakkoord. Twee weken geleden – zelf was ik aan het wandelen in de Franse Alpen – lanceerden minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat en een viertal collega’s trots en opgelucht het Klimaatakkoord. Anderhalf jaar lang hadden bedrijven, organisaties en overheden erover onderhandeld aan tafels, subtafels, bijzettafels en salontafels en daar was het dan, het Klimaatakkoord. De kranten stonden er vol van en aan alle praattafels op de televisie werd het debat nog eens dunnetjes over gedaan. Het is u vast niet ontgaan.

Parijs

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het Akkoord van Parijs om de opwarming van de aarde binnen hanteerbare grenzen te houden. Dat wil zeggen dat we de temperatuurstijging proberen te beperken tot minder dan 2 graden Celsius, en liever nog zou de opwarming moeten stokken op 1,5 graad. We zitten nu op een verhoging van 0.87 graden sinds het begin van de industriële revolutie.

Om de temperatuurstijging tijdig een halt toe te roepen, moeten we de uitstoot van broeikasgassen tot bijna nul terugbrengen de komende dertig jaar. Dat is nogal een verbouwing van onze samenleving. Bijna alles is olie en gas in onze economie, van de warmte in ons huis tot het wekelijkse autoritje naar oma, van de kunstmest waarmee de gewassen voor ons eten worden geteeld tot de stof van mijn rugzak twee weken geleden.

Lokale invulling

Het Nationale Klimaatakkoord geeft invulling aan die verbouwing van onze samenleving. Het geeft – in grote lijnen – aan wat we gaan verbouwen en hoe Nederland er straks ongeveer uit komt te zien.

Wat betekent het Klimaatakkoord voor ons, voor Rotterdam? Hoe werkt het Klimaatakkoord door in onze eigen initiatieven, bedrijven en projecten? En hoe verhoudt het Nationale Klimaatakkoord zich tot het Rotterdamse Klimaatakkoord, dat ons College met bedrijven en organisaties in Rotterdam opzet om de energietransitie hier te versnellen?

Bouwtekening Klimaat

In tegenstelling tot wat veel media berichten is het Klimaatakkoord is geen voorgesteld pakket wetgeving en regels, het is geen verbouwing van ons belastingstelsel. Het is zelfs geen blauwdruk. Het Klimaatakkoord is een schets van de dingen die zouden moeten gebeuren, met hier en daar een interventie van de rijksoverheid. Dat kan in de vorm van een subsidie, een stukje veranderende regelgeving en een prijs- of kostenprikkel.

Het overgrote deel van de verbouwing gaat plaatsvinden door onszelf: door bedrijven en organisaties en door lokale overheden. Het Klimaatakkoord verwijst continu naar “de regio”: daar vinden de transformatieprocessen plaats.

Het havengebied en de industrie

Voor de regio Rotterdam moeten de grootste stappen plaatsvinden in het havengebied. Daar stoten industrie en energiecentrales met elkaar 33,1 miljoen ton CO2 uit, da’s 17% van alles in Nederland. De toon van dit hoofdstuk in het Klimaatakkoord is positief: we moeten de beste van Europa worden.

Het industriecluster Rotterdam-Moerdijk was direct vertegenwoordigd aan de industrietafel van het Klimaatakkoord. Prioriteiten van dit industriecluster klinken dan ook direct door in het akkoord: er komt een uitgebreid programma voor de ontwikkeling en uitrol van waterstof als energiedrager, met subsidies en financiering in alle ontwikkelingsfases. Ook komt er financiering voor de ondergrondse opslag van CO2. Dit is een heet hangijzer omdat veel partijen vinden dat opslag van CO2 een excuus is om vermindering van CO2-uitstoot uit te stellen. Om die reden is de subsidiëring van CO2-opslag vooralsnog beperkt: maximaal 7,2 ton en maximaal tot 2035 en alleen als het echt niet anders kan. Voor de industrie is er ook een stok achter de deur: een heffing op “vermijdbare” CO2-uitstoot. Dat “vermijdbaar” is een aanmoediging om tot de beste 10% van Europa te gaan horen. Wanneer een bedrijf dat niveau bereikt, blijft de resterende CO2-uitstoot onbelast.

Van het gas af

Licht ik er nog een sector uit, de gebouwde omgeving. “Van het gas af” is ongeveer synoniem geworden met de hele energietransitie. In Rotterdam gaat dat over meer dan 300.000 woningen. Het goede nieuws is dat er veel geld wordt vrijgemaakt, zowel voor particulieren, bedrijven als gemeenten. En de wetgeving wordt aangepast. Een nieuwe warmtewet gaat straks de marktordening en de bijbehorende rolverdeling regelen: dat gaat zeker de opzet en de invulling van het warmtebedrijf hier in Rotterdam veranderen. In de elektrawet komt meer verantwoordelijkheid voor gemeenten, waaronder het recht iemand af te koppelen.

Het Klimaatakkoord geeft veel aandacht aan participatie van bewoners en aan het creëren van draagvlak. De ervaringen in Delfshaven zijn daarmee superrelevant.

Wat nu?

Het bijt elkaar wel allemaal een beetje: nieuwe wetgeving is er op zijn vroegst in 2022: wat doen we met het warmtebedrijf in de tussentijd? De participatieve aanpak bij het van het gas halen van woningen is nog absoluut geen gemeengoed. En 2030, wanneer de operatie halverwege moet zijn, is al over 11 jaar.

Mobiliteit

Op het gebied van de mobiliteit tenslotte is het instrumentarium van het Klimaatakkoord het minst uitgewerkt. Het accent ligt op het verschonen van het verkeer: zero-emissie mobiliteit is het kernwoord, maar de plannen hiervoor moeten voornamelijk in de regio worden gemaakt.

Samengevat: het Klimaatakkoord biedt veel kansen voor de ontwikkeling van Rotterdam als toonaangevende stad in de nieuwe economie. Veel verantwoordelijkheid ligt bij ons. Kansen zijn er met beschikbaar komende financiering en met een rijksoverheid die gaat helpen met het verkrijgen van Europese subsidies en wanneer vergunningstrajecten te complex worden. Het Klimaatakkoord biedt een voorzetje om de energietransitie in Nederland te laten slagen. Aan ons om het daadwerkelijk te laten lukken.