Werkbijeenkomst Doorbraakprojecten #3

 4 oktober 2019, Greenchoice Rotterdam 

Tijdens de derde Werkbijeenkomst Doorbraakprojecten van de Rotterdamse Energietransitie gaf Wethouder Arjan van Gils (Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten) zijn visie op de kansen en voortgang van de energietransitie in de haven. Leon Sluiman van ENGIE, Dictus Miedema van Woonstad Rotterdam en Kees van Rengs van Plennid presenteerden hun transitieprojecten en gaven inzicht in hun ervaringen met de uitvoer. Adriaan Korthuis gaf een reflectie op de tussenstand van de Klimaattafels en de rol van de Rotterdamse Klimaatoproep in dit proces. Hieronder vindt u een verslag van de bijeenkomst. 

Adriaan Korthuis

 Anderhalf jaar geleden riep onze coalitie van Rotterdamse bedrijven de gemeente Rotterdam op haar verantwoordelijkheid te pakken en de energietransitie in onze stad in gang te zetten. Die oproep is door de politiek gehoord. Arno Bonte is als wethouder energietransitie op dit moment volop bezig om middels de Klimaattafels een lijst van maatregelen, projecten en ‘deals’ op te stellen die de uitstoot in onze stad komende jaren drastisch moeten terugdringen. 

De Klimaattafels zijn door ons toedoen tot stand gekomen en zijn nu de plek waar het gebeurt. Op 22 november presenteren de Klimaattafels hun eindresultaten met daarin transitiedeals en doorbraakprojecten die de energietransitie in de stad zullen vormgeven. Een tussentijdse bijeenkomst van de tafels op 27 september was nog erg mager: tot november is er nog veel te doen. 

Veel deelnemers van de Rotterdamse Klimaatoproep nemen deel aan de Klimaattafels en dragen op die manier bij aan de energietransitie in onze stad. Met dit in het achterhoofd heeft de stuurgroep van de Klimaatoproep besloten dat we als Klimaatoproep een tijdje in sluimerstand gaan. De komende tijd gebruiken we onze energie om bij te dragen aan de Klimaattafels. Komend jaar evalueren we of onze inzet daar het gewenste effect heeft gehad. 

Op korte termijn is dit daarom de laatste werksessie van de Klimaatoproep. We willen deze sessie gebruiken om ervaringen uit te wisselen over onze eigen transitieprojecten en hoe onze deelname aan de Klimaattafels deze projecten versnelt, of juist niet. Op basis van een gesprek tussen de deelnemers over de eigen ervaringen met transitieprojecten stellen we een aantal aanbevelingen op over de Klimaattafels, en wat nog beter kan. Dit advies sturen we aan wethouder Bonte en het college. Een samenvatting van deze aanbevelingen vind je aan het eind van dit verslag. 

Wethouder Arjan van Gils

 “Rotterdam gaat voorop, en we blijven het belang en de voordelen van het ‘samen gaan’ onderstrepen.” 

Na wethouders Arno Bonte (duurzaamheid, luchtkwaliteit en energietranstie) en Barbara Kathmann (economie, wijken en kleine kernen) was ditmaal wethouder Arjan van Gils (financiën, organisatie, haven en grote projecten) te gast bij onze werkbijeenkomst. Aan de hand van een aantal stellingen bespraken we de link tussen de energietransitie in de Rotterdamse stad en haven. 

Stelling 1: De energietransitie in de haven heeft niets te maken met de transitie in Rotterdam: de lijntjes van de bedrijven in de haven naar Den Haag zijn korter dan de lijntjes naar de Coolsingel.

Van Gils stelt dat de haven en stad niet los van elkaar zijn te zien: de haveneconomie is van cruciaal belang voor de stadseconomie. Maar ook in negatieve zin bepaalt de haven de kwaliteit van leven in de stad. Denk hierbij aan luchtvervuiling. Wat betreft het beleid spelen volgens de wethouder drie overheden een rol: naast het Rijk en de gemeente Rotterdam is ook Europa cruciaal. Hoe we de transitie dan verder op gang krijgen? “De havenindustrie is een cluster. Alles grijpt op elkaar in, en dat biedt kansen. De transitie in de haven moet op systeemniveau aangepakt worden: het heeft geen zin in te gaan zetten op losse dingetjes.” 

Op de vraag of er concrete plannen liggen van de gemeente om bedrijven in de Botlek te stimuleren verder te verduurzamen reageert de wethouder: “Er is een gesprek gaande met de directeuren van de grote spelers in de haven. Er wordt gekeken naar welke kansen er liggen: hoe kunnen we grondstoffen beter circuleren? Hoe ontkoppelen we restwarmte? Er gebeurt van alles, en het is uiteindelijk aan de grote bedrijven om te kiezen waarin ze investeren.” Om deze ontwikkelingen verder te stimuleren heeft het college een bedrag beschikbaar gesteld voor Net Verder (het stroomnetwerk in de Botlek) van EUR 34-37 miljoen. De wethouder heeft er vertrouwen in dat de transitie in de haven zich zal blijven voortbewegen. “In de Rotterdamse haven is een sterke gemeenschap van MKB's die de grote, internationale bedrijven aanjaagt.” 

Stelling 2: De doelstelling van 95% CO2 reductie in 2050 geldt ook voor de Rotterdamse haven. Veel industrieën zijn er in 2050 wellicht niet meer, terwijl nieuwe bedrijven moeten worden aangetrokken. Hoe trekt Rotterdam die aan?

“De grootste verandering die ik zie gebeuren is de verandering van goederenstromen. We zullen minder importeren uit China, en de hoogwaardige maakindustrie gaat hier een grotere rol spelen. Ook de verwerking van reststromen en waste-to-chemicals bieden kansen. De Rotterdamse haven heeft een goede locatie, we hebben ruimte, wat nieuwe en innovatieve bedrijven hiernaartoe zal blijven lokken.” 

Naast het aantrekken van nieuwe industrie zal er ook bestaande industrie moeten worden afgebouwd richting 2050. Op de vraag hoe de afbouw van de ‘verliezers’ van de energietransitie eruit gaat zien reageert de wethouder: “Deze transitie zal geleidelijk gaan. Op dit moment ligt de focus op het optimaliseren van bestaande processen, vervolgens schakelen we om naar het gebruik van andere brandstoffen en ten slotte naar andere processen.” In hoog tempo beginnen er al nieuwe industrieën te ontstaan: denk hierbij aan power as a service, laadinfrastructuren, load balancing. Bedrijven hebben dondersgoed in de gaten dat de verdienmodellen aan het veranderen zijn. Een deel van de grote huurders zal krimpen, andere ketens worden dominanter. 

Stelling 3: Noch de gemeente, noch het Havenbedrijf heeft juridische middelen om bedrijven in de haven te dwingen grote stappen in de energietransitie te zetten.

De wethouder stelt dat de gemeente geen middelen heeft om de transitie financieel te ondersteunen, maar op andere manieren probeert de transitie aan te jagen, bijvoorbeeld door het stimuleren van clustervorming, waarbij een aantal vermogende partijen gezamenlijk grote projecten gaat uitvoeren en risico's deelt. Ook kan de gemeente worden ingezet als launching customer voor nieuwe technieken, of ze kan door middel van een regelgevend kader de transitie aanjagen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het differentiëren van havengelden, of een milieuzone op de haven. Tenslotte stelt de wethouder dat onzekerheid over toekomstig beleid bedrijven kan hinderen in het doen van grote investeringen die nodig zijn voor de energietransitie. “Pilot governance is een andere tool die de gemeente in kan zetten om bedrijven te stimuleren. Op dit moment maken we het elkaar moeilijk door een gebrek aan duidelijkheid. Er moet een balans gevonden worden tussen eerst alles uitzoeken en als een kip zonder kop ergens beginnen.” 

Modular Energy Concept Binnenvaart

Leon Sluiman van ENGIE

Waar wil je naartoe? De komende jaren lanceert ENGIE een modulair concept met batterijsystemen voor het elektrisch aandrijven van binnenvaartschepen op de ARA corridor (Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen), waar veel diesel-elektrisch aangedreven containerschepen varen. In een consortium heeft ENGIE een pay-per-use model ontwikkeld waar partners direct in kunnen stappen. In dockingstations worden lege batterijen vervangen. Op den duur wil Engie het concept uitbreiden buiten de scheepvaart, zodat er meerdere cashflows worden gecreëerd. Het moet een open marktstructuur worden, waar meerdere spelers kunnen toetreden. 

De introductie van zo’n nieuw concept vraagt om nieuwe regelgevende kaders, integrale besluitvormingsprocessen en een geheel nieuwe waardeketen. Daarnaast is goede samenwerking tussen verschillende benodigde partijen essentieel. Denk hierbij aan bedrijven die containers leveren, onderhoud plegen en gebruikers ondersteunen. ENGIE ziet haar rol als het aansturen van deze nieuwe samenwerkingen. Ook ondersteuning van en samenwerking met de overheid is belangrijk: voor het opstarten van het concept heeft het Rijk onlangs EUR 2 miljoen aan subsidies toegezegd. 

Wat houdt je tegen? Een concrete, logistieke uitdaging is dat er voldoende infrapunten moeten zijn om het concept te laten werken. Daarnaast ontbreekt toereikende wetgeving. Het consortium bedenkt nu zelf nieuwe contracten om de benodigde toestemming te krijgen voor de implementatie van het concept. Dit soort processen zijn nog niet gestroomlijnd. Denk hierbij aan vergunningen om een batterij op de kade te mogen zetten. 

Volgende stappen? In november wordt besloten of er gestart gaat worden met 4 schepen. Dit vergt investeringen van circa EUR 7 miljoen. Na deze pilot is het doel om het concept volgend jaar operationeel op de markt te zetten. Om in staat te zijn snel te handelen is het consortium gesplitst en is er een ‘core consortium’ opgesteld, dat snel beslissingen kan nemen als dat nodig is. Het consortium is in gesprek over de benodigde regelgeving en wettelijke kaders met verschillende overheden. 

Woonstad Rotterdam Energie Challenge

Dictus Miedema van Woonstad Rotterdam

Waar wil je naartoe? Woonstad Rotterdam beheert circa 56.000 woningen. Ongeveer 20% van die woningen zijn nu van het gas af en het doel is om in 2040 een CO2-neutrale portefeuille te hebben.

Wat houdt je tegen? Op het huidige tempo wordt ongeveer 2% van de totale portefeuille per jaar aangepakt. De reguliere aanpak biedt niet genoeg snelheid en volume om de woningvoorraad op het gewenste tempo te verduurzamen. Met name het verduurzamen van bewoonde panden vormt een obstakel. Dit is vaak lastig vanwege de overlast die wordt veroorzaakt voor bewoners. Woonstad zoekt naar manieren waarop bewoonde panden kunnen worden verduurzaamd zonder teveel overlast en met behoud van het wooncomfort.

Volgende stappen? Om deze nieuwe methoden te vinden heeft Woonstad de Energiechallenge opgezet. Deelnemers worden uitgedaagd een schaalbare oplossing te bedenken die de woontransitie versnelt. Voor de Energiechallenge is een aantal portiekwoningen met energielabel B/C/D geselecteerd. Iedere oplossing mag maximaal EUR 15.000 kosten, en moet in bewoonde staat kunnen worden uitgevoerd. Woonstad selecteert de winnaars van de Energiechallenge onder andere op basis van de behaalde CO2-reductie per geïnvesteerde euro. Daarnaast is het uitgangspunt dat de woonlasten voor bewoners niet hoger mogen zijn dan voorafgaand aan de ingreep. Winnaars mogen hun idee uitvoeren in een van de geselecteerde panden, en bij succes wordt de oplossing verder uitgerold in het woningbestand. Inschrijven voor de Energiechallenge kan tot 12 november via de website.

Ondernemerschap in de energietransitie op gemeentelijk niveau

Kees van Rengs van Plennid 

Waar wil je naartoe? Plennid ontwikkelt circulaire business modellen voor de overheden en bedrijven. Een van de projecten is het ontwikkelen van circulaire houtketens in combinatie met sociale werkplekken. Het doel is om lokaal hout te gebruiken om een nieuw product voor de gemeente te maken. 

Wat houdt je tegen? Bestaande wet- en regelgeving staat het gebruik van lokaal hout in de weg. In Den Haag worden jaarlijks 6.000 bomen gekapt. Op dit moment verdwijnt 90% van het hout in een biomassa-oven, en ondanks dat er wettelijk is vastgelegd dat het verbranden van biomassa CO2-neutraal is, is daar in de praktijk veel discussie over. Plennid bracht de volledige waardeketen in kaart om te kijken waar potentie ligt voor andere nuttige toepassingen van het hout, zoals verwerking tot meubels. De gemeente Den Haag mag echter enkel FSC-gecertificeerd hout inkopen, een eis waar Haags hout niet aan voldoet. De vraag is: wat is nu een meer pragmatische stap? Inzetten op het aanpassen van bestaande wet- en regelgeving, of proberen te voldoen aan bestaande regels? 

Volgende stappen? Creatief omgaan met de regels die er zijn is over het algemeen gemakkelijker dan te proberen nieuwe wet- en regelgeving te introduceren. Het FSC-certificeren van kaphout, indien mogelijk binnen de eisen, lijkt de meest pragmatische oplossing. Alternatief is in samenwerking met de gemeente zoeken naar een andere afnemer voor het Haagse hout. 

Aanbevelingen aan het College van burgemeester en wethouders

Met de drie pitches en het gesprek met de wethouder in het achterhoofd bespraken de deelnemers ter afsluiting de volgende vragen: Wat gaat er goed in de energietransitie in Rotterdam? Waar kan het nog wat scherper? Deze aanbevelingen worden overgedragen aan het college en de Klimaattafels van wethouder Bonte. 

1. Er zijn verschillende loketten voor de energietransitie. In de praktijk blijken deze moeilijk toegankelijk. Zorg dat er een centrale plek is waar Rotterdammers en bedrijven makkelijk met initiatieven kunnen komen. 

2. Stel wet- en regelgeving in dienst van de energietransitie. Er zijn verschillende geluiden dat transitieprojecten vertraagd of tegengehouden worden. 

3. Zorg dat de energietransitie bij de Rotterdammer gaat leven. Communiceer de energietransitie naar de Rotterdammers. Maak het proces aan de klimaattafels zichtbaarder en bereikbaarder voor elk publiek. 

4. Het proces van de klimaattafels kan nog winnen aan transparantie. Voor buitenstaanders is het onduidelijk wie er beslissingen nemen, op welke titel en met welke vertegenwoordiging 

5. De energietransitie vergt gedragsverandering op grote schaal. We moeten anders gaan denken. De gemeente moet deze transitie faciliteren. 

6. Zet een stip aan de horizon waar bedrijven en Rotterdammers naartoe kunnen werken. De transitie wordt nu nog vooral vormgegeven vanuit een bottom-up perspectief. Er is een top-down perspectief nodig met een lange-termijn visie vanwaar we kunnen terugredeneren wat we nu moeten doen. Durf keuzes te maken en kleur te bekennen.